| Technische specificaties bij banden zeer belangrijk |
|
|
|
De banden vormen het enige contact tussen het voertuig en de weg. Het is dus van het allergrootste belang om de banden continu goed te onderhouden en bij hun vervanging altijd het juiste type te monteren. De eerste montagemaat van de banden wordt bepaald door de autoconstructeurs en de bandenfabrikanten die rekening houden met alle factoren die van invloed zijn. Maar wat bij verandering van bandenmaat, type of snelheids- en lastindex? Reglementering Het selecteren van bandenmaat en bandentype is afhankelijk van de afmetingen en maximumsnelheid van het voertuig (snelheidsindex), de maximale belasting per as (lastindex) en de rijstijl van de chauffeur. Uiteraard dient men ook rekening te houden met de bestaande reglementering, die hierna in het kort wordt beschreven: Snelheidsindex De snelheidsindex moet gelijk zijn aan of groter zijn dan de minimale snelheidsindex die overeenstemt met de maximale snelheid van het voertuig opgenomen in het PVG (proces-verbaal van goedkeuring), COC (Europees gelijkvormigheidsattest) of het instructieboekje. Indien geen maximale snelheid opgenomen is, zal de laagste snelheidsindex opgegeven in het PVG, COC, instructieboekje of op de originele sticker van de constructeur, als referentie genomen worden, dit zonder rekening te houden met de bandenmaat. Indien er geen gegevens opgenomen zijn in het PVG, COC, instructieboekje of op de originele sticker van de constructeur voor de snelheidsindex en maximumsnelheid, zal men geen maximale snelheidsindex eisen. Lastindex Voor elke as moet de som van de op de banden vermelde draagvermogens (omgezet in massa) hoger zijn dan of gelijk zijn aan de MTM (maximaal toegelaten massa) voor die as. Indien geen laadindex vermeld staat op de band moet men rekening houden met de maximumcapaciteit van deze band. De som van de op de banden vermelde capaciteiten moet minstens de MTM voor die as bedragen en liefst overschrijden. Het draagvermogen per band moet minstens voldoen aan de helft van de MTM van die as in geval van enkele montage, of aan een vierde van de MTM van die as bij dubbele montage. E- of e-markering De banden die vanaf 1 januari 2004 voor de eerste maal in gebruik worden genomen, moeten voorzien zijn van E- of e-goedkeuringsnummer en bandaanduidingen. De afmetingen mogen zowel in mm als in duim weergegeven worden. Elk nieuw en volgens de richtlijn 70/156/EG gehomologeerd voertuig laatst gewijzigd door de richtlijn 98/14/EG en als nieuw voertuig ingeschreven vanaf 1 januari 1998, moet uitgerust worden met banden die een E- of e-markering dragen. Het eventuele E-geluidsnummer, te herkennen aan de s-markering, geeft aan dat de band gehomologeerd is volgens de nieuwe regeling inzake geluidslimieten. Profieldiepte De tekening van de hoofdgroeven van de banden moet ten minste 1,6 mm diep zijn over drie vierde van het het loopvlak. De slijtagegraad van de banden mag per as (links-rechts) maximum 3 mm afwijken. Met versleten banden (profieldiepte: 1,6 mm) wordt de remafstand bijna verdubbeld in vergelijking met een nieuwe band (profieldiepte: 8,0 mm). M+S banden Een voertuig uitgerust met M+S banden (winterbanden) met een snelheidsindex lager dan deze voorzien door de constructeur of die overeenstemt met de maximale snelheid van het voertuig, wordt aanvaard van 1 oktober tot 30 april, voor zover binnen het gezichtsveld van de bestuurder, een goed leesbaar zelfklevend etiket werd aangebracht met vermelding van de maximumsnelheid voor de betreffende M+S banden. Een voertuig uitgerust met M+S banden met een snelheidsindex gelijk of hoger dan deze die overeenstemt met de maximale snelheid van het voertuig, wordt steeds aanvaard ongeacht de periode van het jaar. Buitendiameter Indien de gemonteerde banden niet overeenstemmen met een van de banden vermeld in het PVG, COC, instructieboekje of op de originele sticker van de constructeur, dient de buitendiameter van elke band overeen te stemmen met de buitendiameter van een van de banden vermeld in het PVG, COC, instructieboekje of originele sticker van de constructeur, met een tolerantie van -2% en +1,5%. Spoorbreedte Indien de gemonteerde velgen niet overeenstemmen met de velgen vermeld in het PVG, COC, instructieboekje of originele sticker van de constructeur, worden deze aanvaard voor zover het spoor voor personenauto's binnen de tolerantie van 2% verhoging (4% voor terreinvoertuigen) ten opzichte van het origineel spoor valt. Karakteristieken De op dezelfde as gemonteerde banden en velgen dienen dezelfde technische karakteristieken te hebben. Dit geldt specifiek voor het merk, de afmetingen, het laadvermogen en de snelheidsindex. Symmetrische en asymmetrische banden mogen niet samen op een as voorkomen. Banden met verschillende afmetingen op de voor- en achteras worden enkel aanvaard indien dit door de constructeur voorzien is in het PVG, COC, instructieboekje of originele sticker. In dit geval moet de combinatie voor/achter opgegeven door de constructeur gerespecteerd worden. Symmetrie De gemonteerde banden mogen niet uit het koetswerk steken. Alle richtingsgebonden en asymmetrische banden moeten in correcte zin gemonteerd zijn. Dit geldt ook voor de aanduidingen van de draairichting en van 'binnenzijde' en 'buitenzijde'. Spijkerbanden zijn toegelaten van 30 oktober tot 1 april. Buiten deze periode worden deze banden niet toegelaten in de keuringscentra. Bovendien legt het verkeers-reglement dan bepaalde snel-heidsbeperkingen op: 90 km/u. op autosnelwegen en 60 km/u. op andere wegen, met uitzondering natuurlijk voor die wegen waar een lagere beperking geldt. Bandendruk Voor de veiligheid is het van het allergrootste belang om te rijden met de juiste bandendruk. Een te lage druk veroorzaakt een abnormale warmteontwikkeling in de band en kan tot een fatale beschadiging leiden. Deze beschadiging is onherstelbaar en kan leiden tot een plotseling spanningsverlies door het stukgaan van de band (klapband). De negatieve effecten van het rijden met een te lage druk zijn niet altijd zichtbaar. Het kan zijn dat deze effecten zich pas na een bepaalde tijd manifesteren, zelfs als de bandenspanning in tussentijd weer op de juiste waarde is gebracht. Regelmatig controleren De bandendruk dient dan ook regelmatig gecontroleerd te worden, en vergeet daarbij het reservewiel niet. Controleer de spanning als de banden koud zijn (banden waarmee minimaal twee uur niet is gereden of die minder dan 3 kilometer hebben gereden met lage snelheid), want de bandendruk neemt toe door opwarming tijdens het rijden. De in koude toestand gemeten bandenspanning moet overeenkomen met het advies van de bandenfabrikant of de autoconstructeur. Laat ook nooit lucht ontsnappen wanneer de banden warm zijn. De levensduur vermindert naargelang de banden-druk daalt. Van een band die met 20% overbelasting of met 20% onderspanning rijdt, daalt het rendement gemiddeld met 30%. Stikstof in banden Het gebruik van stikstof in banden zorgt voor een beter en constanter rijcomfort en een optimaler weggedrag. Zo is de kans op oververhitting van een band die op de juiste spanning is veel kleiner. Daarmee vermindert de kans op een klapband, ook bij hoge belasting van de banden. Een ander voordeel van stikstof ten opzichte van lucht is dat er geen zuurstof, waterdamp of restolie van slecht werkende compressoren meer in de band terechtkomen. Daardoor behoort condensvorming binnenin de banden tot het verleden en wordt roest en oxidatievorming aan velgen voorkomen. Oxidatie bij lichtmetalen velgen en roest bij stalen velgen zijn een van de meest voorkomende oorzaken van het ontsnappen van lucht uit banden. Nuttige richtlijnen Onderhoud van banden Controleer regelmatig de algemene staat waarin de banden verkeren: - het loopvlak: abnormale slijtage, insnijdingen, plaatselijke vervormingen en uitstulpingen (steentjes, spijkers, etc); - de zijwanden: insnijdingen, barstjes, kwetsuren door impact (gaten, stoepranden, etc), stoeprandslijtage en abnormale vervorming. Slijtage van banden De slijtage heeft grote invloed op de wegligging en de remafstand, vooral op gladde wegen. De meeste banden zijn dan ook voorzien van een slijtage-indicator (TWI). Dit is een klein platvorm met een hoogte van 1,6 mm dat zich bevindt in het profiel en dit op verschillende plaatsen. Wanneer het platform in het profiel verschijnt geeft dit aan dat de band moet worden vervangen. De plaats van de platvormpjes wordt aangegeven door het TWI-symbool dat zich op de flank bevindt. Vervanging van banden Bij vervanging van twee banden is het voor de wegligging raadzaam de nieuwe banden of de minst versleten banden op de achteras te monteren. In de praktijk worden deze echter meestal op de vooras gemonteerd. Nochtans is de rol van de banden (op een voorwiel aangedreven auto) duidelijk: vooraan sturen de banden het voertuig, achteraan stabiliseren ze het voertuig. Nieuwe banden op de vooras geven een gevoel van veiligheid, dat de reële stabiliteit van de achteras in gevaar brengt. Halfversleten banden op de vooras verplichten de chauffeur zijn rijstijl aan te passen en geven de gewenste stabiliteit aan het voertuig. Opslag van banden Stel de afgemonteerde banden niet te lang bloot aan direct zonlicht en tocht en laat ze niet buitenshuis in slecht weer liggen. Bewaar H-, V-, W-, Y- en ZR-banden nooit horizon-taal maar verticaal. Leg alle overige banden op stapels van maximaal 1,20 meter hoog, maar voor perio-des van maximaal 4 weken na me-kaar. Draai de stapel regelmatig om. Voorkom dat de banden inge-drukt worden door andere objec-ten. Voorkom ook de nabijheid van vlammen of hete voorwerpen, apparatuur dat vonken kan ver-spreiden, elektrische ontladingen,.. Het gebruik van beschermende handschoenen wordt aanbevolen bij het behandelen van banden. MAXIMAAL DRAAGVERMOGEN Voor alle personenwagens wordt een enkele belastingslimiet - het maximaal draagvermogen per band - gegeven bij de overeenkomstige spanning. Voor banden met een snelheidssymbool Q, R, S, T en H komt dit maximale draagvermogen overeen met het draagvermogen van de band bij zijn snelheidslimiet. - Banden met een snelheidsindex VR zijn banden voor snelheden boven 210 km/u. Het aangegeven draagvermogen geldt voor een snelheid van 210 km/u. Raadpleeg de fabrikant voor het draagvermogen bij snelheden boven 210 km/u. - Banden met een snelheidsindex V hebben een maximale snelheid van 240 km/u. Van 210 tot 240 km/u. dient het draagvermogen voor iedere stap van 10 km/u. met 3% te worden verminderd. - Banden met een snelheidsindex W (al dan niet met aanduiding ZR) hebben een maximumsnelheid van 270 km/u. Van 240 tot 270 km/u. dient het draagvermogen voor iedere stap van 10 km/u. met 5% te worden verminderd. |
|
| Laatst bijgewerkt op ( Tuesday 12 June 2007 ) |
| < Vorige | Volgende > |
|---|


